Live Live

Wageningen Universiteit onder vuur; uitbuiting of 'kans voor armere student'?

Gepubliceerd: Donderdag 14 maart 2019 09:37

Wageningen Universiteit onder vuur; uitbuiting of 'kans voor armere student'?

WAGENINGEN - Een vorm van moderne uitbuiting. Dat vindt belangenvereniging Promovendi Netwerk Nederland (PNN) van de arbeidspositie van sommige internationale onderzoekers. Ook aan de Wageningen Universiteit (WUR) wordt te gemakkelijk gebruik gemaakt van deze mensen, is het verwijt.

Hun inkomen is meestal lager dan mensen die als wetenschappelijk onderzoeker voltijd verbonden zijn aan de universiteit. In zo'n geval krijgt de onderzoeker een aanstelling van een jaar of vier om een proefschrift te schrijven, met bijbehorend salaris. Maar bij deze groep is het geen uitzondering als zij (ver) onder het minimumloon van 1600 euro zitten.

Kamerhoppen

Soms werken zij in zowel hun thuisland als in Nederland, waardoor zij vaker van kamer naar kamer moeten verkassen of tijdelijk zonder woning zitten en ergens moeten 'crashen'. Studenten die dit overkwam deden onlangs hun verhaal tegenover Omroep Gelderland.

Deze internationale promovendi komen naar universiteiten in Nederland, zoals die van Wageningen. Een groot aantal van hen is afkomstig uit tweede- en derdewereldlanden en wil hier promoveren. Dat doen zij uit financieel oogpunt voornamelijk in aangepaste vorm.

In de 'sandwich'-constructie doen kandidaten deels in Nederland en deels in hun thuisland onderzoek.

Het is een situatie die inderdaad bestaat, legt WUR-woordvoerder Simon Vink uit. 'Via deze constructie kunnen ook zij promoveren en voldoet Wageningen aan zijn primaire taak: studenten opleiden die in hun verdere carrière kunnen bijdragen aan maatschappelijke ontwikkelingen.'

'Kwetsbare groep'


Anne de Vries van Promovendi Netwerk Nederland (PNN) is het faliekant met Vink oneens. PNN komt op voor de belangen van mensen die hun proefschrift schrijven en vindt dat promovendi over de breedte genomen al een kwetsbare groep zijn. 'Je hebt te maken met jonge mensen die graag willen presteren en universiteiten die vaak beknibbelen op werknemersrechten.'

Want werknemers, dat zijn het volgens PNN: mensen die onderzoek verrichten voor de universiteit, die vervolgens een proefschrift op zijn naam kan indienen. Terwijl diezelfde universiteit hen juist ziet als studenten, niet als werknemer.

De Vries stelt dat een karige betaling en werken in een soort uitgeklede werknemersvorm iets is dat vaak voorkomt bij deze PhD'ers.

'Goedkope krachten'


Er zijn grofweg vier soorten promovendi, waarbij de eerste de gewone promovendus (PhD'er) is. Die krijgt volgens PNN regelmatig onvoldoende onderzoekstijd, blijkt uit een vandaag gepresenteerd onderzoek. En dat is wat de belangenorganisatie betreft nog maar het topje van de ijsberg.

Zie ook: Promovendi hebben te weinig tijd voor proefschrift (NOS)

De Vries: 'Dan zijn er de experimenten met 'promotiestudenten', die met een beurs voor de universiteit mogen werken. Daarnaast heb je de internationale beursstudenten. Zij komen op een beurs vanuit bijvoorbeeld China vier jaar lang in Nederland onderzoek doen. Die beurs is meestal veel lager dan wat zij aan salaris zouden ontvangen van de universiteit in Nederland. Het zijn dus goedkope arbeidskrachten.'

Nog schrijnender vindt De Vries de sandwich-constructie, zoals die in Wageningen voor een kleine 500 internationale onderzoekers geldt.

'Lusten, niet de lasten'

'Wel de lusten, maar niet de lasten. Daar komt het op neer. De reden daarvoor is dat universiteiten met elkaar concurreren om maar zoveel mogelijk proefschriften af te leveren per jaar. Op deze manier kost hen dat vele malen minder maar vangen ze wel de promotiebonus van de overheid.'

Volgens De Vries zit 'm daar de crux: proefschriften afleveren is een concurrentiestrijd van universiteiten onderling gewonden. 'Wie veel promovendi aflevert scoort hoog in de rankings én krijgt meer onderzoeksfinanciering vanuit de overheid.'

Dat is niet de doelstelling, zegt Vink. 'Je hebt normale eisen en mag iets van een PhD-student verwachten. Maar het moet geen rat race worden. En uiteindelijk moet ook goed gekeken worden naar het sociale en financiële welzijn van hen.'

'Als er voldoende geld is, kun je komen'

Vink legt uit: 'Wij hebben al jarenlang ruimte voor ongeveer 2100 PhD'ers. Die betalen wij niet allemaal zelf. Mensen komen met een beurs, vanuit hun eigen land, vanuit het Nederlands Wetenschappelijk Onderzoek (NWO), Buitenlandse Zaken of op een andere manier. Als er voldoende middelen beschikbaar zijn om iemand tijdelijk in dienst te nemen, dan doen wij dat.'

Want uiteindelijk moeten de kosten voor het gehele PhD-traject simpelweg worden gedekt, zegt Vink. 'Als de beurs kostendekkend is, dan kunnen deze studenten hierheen komen. Dat kan ook als sandwicher. Op die manier is het ook voor hen mogelijk een PhD te doen.'

'In Afrika verdien je minder... Dus?'


De Vries vindt het niet kunnen dat de universiteit op deze manier zijn arbeidsverplichtingen omzeilt. 'We hebben in Nederland niet voor niets cao-afspraken gemaakt. Dan kan het wel zijn dan iemand in Afrika minder verdient, maar dat mag geen argument zijn om hem dan hier voor een schijntje te laten werken.'

Vink: 'Het is een beetje een gilde-systeem, van leerling en leermeester (de hoogleraar, red.). Onze taak is mensen opleiden, middels een bachelor of master, maar ook een PhD valt daaronder. We leveren proefschriften af als een soort examenresultaat, dat uiteindelijk in de wetenschappelijke wereld moet worden gewaardeerd.'

'Verschil is overal'

Toch, internationale studenten iets op hun beurs toeleggen om hen wat financiële ademruimte te geven, zoals andere universiteiten volgens PNN wel doen, daar wil Vink niet aan. 'Als iemand hier komt, moet je zorgen dat alles goed financieel is afgedekt. Daar heeft de WUR ook een beperkt aantal beurzen voor.'

En ja, dan zijn er verschillen bij PhD'ers onderling, geeft Vink toe. 'Maar die zijn er ook bij masterstudenten. Sommigen hebben een riante beurs als zij hier komen, andere moesten tien jaar lang sparen en hebben net genoeg geld.'

 
Geschreven door: Bastiaan Blokland van mediapartner Omroep Gelderland

Foto: Pixabay

Deel deze pagina: